#vakantievrijdag 3: Zuidelijk Westerkwartier

#vakantievrijdag 3: Zuidelijk Westerkwartier

Ook dit jaar vieren veel Nederlanders vakantie in eigen land, of zelfs in eigen provincie. Superleuk natuurlijk! Daarom geef ik élke vrijdag – 7 weken lang – 7 tips om eropuit te gaan in een bepaalde Groningse regio. Ik sla de toeristische hotspots even over, maar zet juist de meer onbekende plekken in de spotlights. Deze derde #vakantievrijdag reizen we naar… Zuidelijk Westerkwartier!

1. Ga op pad op ‘t Pad
Maak een wandeling van Marum naar Tolbert (of andersom) over één van de laatste onverharde paden in Groningen! ’t Pad ligt over een zandrug en was ooit een doorgaande verbinding. De route is echt schitterend. In ca. 12 kilometer wandel je onder meer langs weilanden, bossen, boerderijen, koeien, tuinen, bruggetjes en houtwallen. Heb je je wandelschoenen al aan?

Langs ‘t Pad. © Sanne Meijer

2. Maak kennis met een ontdekkingsreiziger uit Lutjegast
Zeevaarder, avonturier, ontdekkingsreiziger én Groninger. Dat was Abel Tasman uit Lutjegast. In 1642 werd Tasman door de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op ontdekkingsreis gestuurd. Hij moest het zogenaamde ‘Zuidland’ zien te vinden. Tasman ‘ontdekte’ inderdaad een eiland dat later naar hem genoemd zou worden, Tasmanië, als ook het Zuidereiland van het huidige Nieuw-Zeeland. ‘Ontdekken’ zet ik hier wel even tussen aanhalingstekens, want hoewel Tasman en zijn bemanning de eerste Europeanen op het Zuidereiland waren, was het eiland natuurlijk allang bewoond door de Maori. Het Abel Tasmanmuseum in Lutjegast vertelt je alles over deze man en over zijn reizen. Ter ere van 375 jaar Abel Tasman schreef ik in 2018 al eens deze blog.

Het Abel Tasmanmuseum. © Sanne Meijer

3. Bezoek het steenhuis, museum, tuin en coulisselandschap van Niebert
De Fraeylemaborg, de Menkemaborg, Borg Verhildersum… Het zijn bekende Groninger borgen. Deze gebouwen begonnen in de middeleeuwen vaak als ‘steenhuis’ en groeiden pas later uit tot de borgen die we vandaag de dag kennen. In Groningen is er nog slechts één zo’n oorspronkelijk steenhuis over: het Iwema-Steenhuis in Niebert. In de naastgelegen schuur is het superleuke museum ’t Steenhuus gevestigd. Hier kun je onder meer een stijlkamer, een bakkerij, een verfwinkel, een barbier, een taveerne, een kruidenierszaak en een schooltje uit het begin van de twintigste eeuw bewonderen. Oh, en in de tuin van het steenhuis staat de grootste rode beuk van de provincie Groningen. Bovendien wordt het ‘landgoed’ wordt omringd door het prachtige coulisselandschap dat zo kenmerkend is voor het Zuidelijk Westerkwartier. Je kunt er de prachtigste wandelingen maken. Klik hier voor meer informatie.

‘t Steenhuus in Niebert. © Sanne Meijer

4. Vergaap je aan het praalgraf van Anna van Ewsum in Midwolde
De kerk van Midwolde is een museum op zich. De blikvanger in de kerk is het schitterende marmeren praalgraf, dat drie personen toont: Anna van Ewsum en haar twee echtgenoten. Anna van Ewsum was de laatste erfgename van één van de belangrijkste adellijke families in de Ommelanden. In 1643 erfde ze borg Nienoord en bijbehorende landerijen. Ze trouwde met Carel Hieronymus van Inn- en Kniphuisen, een broer van haar stiefvader. Na zijn vroegtijdig overlijden gaf Anna de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst opdracht om een groots grafmonument voor hem op te richten in haar kerk in Midwolde. Ook Anna werd afgebeeld op het praalgraf. Een jaar later trouwde Anna met Georg Wilhelm van Inn- en Kniphuisen, een achterneef van haar eerste man. Toen Van Inn- en Kniphuisen overleed, kreeg ook hij een plaatsje in het parelgraf van Midwolde. Zeker een bezoekje waard, want het is een onvergetelijk beeld: de mooie Anna van Ewsum, verleidelijk liggend op een divan en geflankeerd door haar twee mannen.

Het praalgraf in de kerk van Midwolde. © Sanne Meijer

5. Fiets eens naar het eenzame kerkhofje van Lagemeeden
Het streekje Lagemeeden is niet meer dan een stipje op de kaart: een doodlopende weggetje met wat boerderijen. Toch heeft het een rijk verleden. Hier, in the middle of nowhere, heeft 500 jaar lang een kerkje gestaan. In de veertiende eeuw bouwden de Aduarder monniken er een kapelletje, dat na de reformatie een protestantse kerk werd. Helaas moest de kerk in de negentiende eeuw wegens bouwvalligheid worden gesloopt – maar het oude kerkhof bleef gelukkig gespaard. Fiets er eens langs, struin over het kerkhof en bekijk de eeuwenoude grafstenen. Schots en scheef, eenzaam op een wierde, tussen hoge bomen, een beetje verlaten en vergeten, maar oh zo rijkelijk versierd.

Lagemeeden. © Sanne Meijer

6. Wandel naar Nanninga’s Bos en het Bolmeer
Niet ver van het punt waar de provincies Groningen, Drenthe en Friesland bij elkaar komen, ligt Nanninga’s Bos en het Bolmeer. Nanninga’s Bos is een eeuw geleden aangelegd als onderdeel van een buitenverblijf. Op een gegeven moment werd het bos overgenomen door houthandelaar Nanninga, die het wilde gebruiken voor houtproductie. Toen dat niet lukte, is het bos zijn eigen gang gegaan. Sinds 1985 is het Groninger Landschap bezig om het productiebos om te vormen tot een natuurbos, met veel meer soorten bomen en struiken. Vlakbij het bos ligt het Bolmeer: een pingoruïne die pas aan het begin van de negentiende eeuw tevoorschijn is gekomen. De pingoruïne stamt uit de laatste ijstijd en is feite een soort ingestorte heuvel waarbij een opstaande kraterrand achterbleef. Binnenin die krater ligt een cirkelvormig meertje. Een plaatje! Meer informatie vind je hier.

Nanninga’s Bos. Foto door Geert Job Sevink / Het Groninger Landschap

7. Smikkel een stuk poffert in Enumatil
Eet een lekkere plak versgebakken poffert bij Tante Til in Enumatil. Met gesmolten boter en bruine suiker erop. Echt doen, hoor!

Enumatil. © Sanne Meijer

© Sanne Meijer, 2021


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *